Warning: Memcache::addserver() expects parameter 2 to be long, string given in /home/httpd/vhosts/sophieonline.nl/httpdocs/libraries/joomla/cache/storage/memcache.php on line 84
‘Risico kwam op het wereldtoneel, toen God het verliet’
Sophie
Sophie Sophie


Vraag nu een
GRATIS
proefnummer aan!

Vraag nu een gratis proefnummer aan!
Missie
Soφie is een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie. Zij biedt een intellectuele uitdaging door kritisch na te denken over actuele onderwerpen, geïnspireerd door de christelijke traditie.

Redactie
ing. P. de Boer
dhr. A. Deddens
mevr. drs. E.J. van Dijk
mevr. drs. M. Doornenbal
mevr. drs. R. Ebbers-van Aalst
dr. J. Ester
drs. I.D. Haarsma
prof. dr. J. Hoogland
dhr. A. Janse
dr. ir. R.A. Jongeneel
mevr. drs. D.G. Rots
dr. P.H. Vos
dr. K. van der Zwaag
‘Risico kwam op het wereldtoneel, toen God het verliet’ PDF Print Email
Written by   

Zekerheid is in onze risicosamenleving alleen nog maar gebaseerd op wantrouwen (securitas) en niet meer, zoals vroeger, op overgave (certitudo).

Met de dreigende economische crisis is iets geks aan de hand. Deze crisis is er tot op heden namelijk meer één die eraan zit te komen, dan die er al is. Het is in letterlijke zin een ‘dreigende crisis’. Maar intussen nemen wij wel allemaal voorzorgsmaatregelen om de crisis voor zover mogelijk nog te voorkomen of – indien dat niet meer lukt – te temperen.

Hiermee beantwoordt deze crisis perfect aan het profiel van de catastrofes die kenmerkend zijn voor wat de socioloog Ulrich Beck heeft aangeduid als de risk society. Het gaat hier om toekomstige crises en catastrofes van een ongekende omvang, waarvan niemand goed kan voorspellen hoe ze er precies uit zullen zien, maar waarvan we wel veronderstellen dat de loop ervan tot op zekere hoogte door onszelf beïnvloedbaar is. Ik denk dan bijvoorbeeld aan dreigingen zoals destijds de millenniumbug (toen veel computersystemen er niet op ingesteld waren de overgang van de 20e naar de 21e eeuw te kunnen maken), de klimaatcrisis, het internationale terrorisme, de kredietcrisis, of crises rond de internationale voedsel- en energievoorziening.

Volgens de Duitse socioloog Ulrich Beck leven wij dus in een risicosamenleving. Wat hij daarmee niet bedoelt, is dat ons leven meer dan dat van onze voorouders zou worden bedreigd door allerlei gevaren en rampen van buitenaf. Een risico is in zijn ogen namelijk iets heel anders dan een ramp of een catastrofe die over je heen komt zonder dat je er iets tegen kunt doen. Het is de anticipatie en calculatie van een ramp of cata-strofe die zich zou kunnen gaan voltrekken. Eigenlijk moet je zeggen dat een risico iets virtueels is. De moderne samenleving wordt volgens Beck in toenemende mate in beslag genomen door discussies over hoe door haarzelf geproduceerde risico’s kunnen worden voorkomen of afgewend. Daarbij krijgen die risico’s ook nog eens een steeds meer wereldomvattende schaal. Omdat het om mogelijke, voorstelbare risico’s gaat die in de toekomst geprojecteerd zijn, hebben wij er dus nog geen ervaring mee: ze zijn ons nog onbekend. Neem bijvoorbeeld de speculaties over wat er gebeurt als Griekenland en Italië uit de eurozone zouden moeten stappen. Of de kans op een nieuwe, wereldwijde griepepidemie. Of de voorzorgsmaatregelen die we moeten nemen tegen de dreigende stijging van de zeespiegel ten gevolge van het broeikaseffect. Al deze risico’s zijn onderwerp van omvangrijk, miljoenenverslindend wetenschappelijk onderzoek. Tegelijk zijn en blijven geleerden het onderling dikwijls oneens over de vraag hoe groot deze risico’s werkelijk zijn en welke maatregelen tot voorkoming ervan zinvol zijn.

De gelatenheid is weg

Beck beweert dat het risico zijn intrede deed op het wereldtoneel toen God het verliet (Beck 2007, 333). Risico’s ontstaan pas op het moment dat de mens het voor het zeggen heeft. Plat gezegd: met de opvatting dat God dood is (Nietzsche), kunnen mensen niet langer God de schuld geven van de catastrofes en rampen die de aarde en de mensheid bedreigen. En al evenmin heeft het zin om God te aanbidden ter voorkoming van rampen. Liet men vroeger de toekomst met een zekere gelatenheid over zich heen komen door binnen de beperkte mogelijkheden enkele minimale voorzorgsmaatregelen te treffen, nu worden toekomstige scenario’s uitvoerig gecalculeerd en tegen het licht gehouden om op alles voorbereid te zijn. De gelatenheid is weg, omdat er geen God meer is in wiens hand men de eigen toekomst zou kunnen leggen.

Maar niet alleen deed het risico zijn intrede toen God het toneel verliet, ook heeft de wijze waarop wij met risico’s omgaan trekken die aan religie doen denken. Enerzijds zijn risicoanalyses uitingen van ‘georganiseerd wantrouwen’: uitgebreid wordt er bekeken wat er allemaal fout zou kunnen gaan ten gevolge van de invoering van bijvoorbeeld een nieuwe technologie, om vervolgens op basis van allerlei vooronderstellingen te berekenen hoe groot de kans op een dergelijk falen zou kunnen zijn. Dat is immers de technische definitie van een risico: de vermenigvuldiging van een ongewenst gevolg met de kans daarop. Op grond van dergelijke analyses kunnen maatregelen genomen worden om óf de ernst van de gevolgen, óf de kans waarop zij optreden, óf beide tegelijk te verkleinen. Maar anderzijds moet je vaststellen dat er onvoorstelbaar veel aan dergelijke risicoanalyses wordt opgehangen, afhankelijk van de belangen die ermee gemoeid zijn. Dus blijkt men in de praktijk veel ‘vertrouwen’ te stellen op uitkomsten met een zeer hoge mate van onbetrouwbaarheid. Beck spreekt hier over de ‘irony of risk’: ,,De ironie van risico’s is dat rationaliteit, dat is de ervaring uit het verleden, de anticipatie op de verkeerde soort risico’s aanmoedigt, namelijk die waarvan wij geloven dat we ze kunnen calculeren en controleren, terwijl de ramp altijd voortkomt uit dat wat wij niet weten en niet kunnen calculeren’’ (Beck 2007, 330).

Armen de dupe

Eén van de kenmerken van de door Beck beschreven risk society is dat de wereldwijde risico’s die ons thans bedreigen, zoals de internationale financiële crisis of het broeikaseffect, in eerste instantie vooral de armen lijken te treffen. De kwetsbaarheid voor dreigende catastrofes is met andere woorden ongelijk verdeeld. De verdeling van die risico’s over diverse bevolkingsgroepen maakt voor een belangrijk deel het eigentijdse politieke gevecht uit. Nadenkend over deze onderwerpen moet ik steeds denken aan een passage uit Psalm 146:

Vest op prinsen geen betrouwen,

Waar men nimmer heil bij vindt

Impliciet vatte ik deze regels altijd veel breder op, namelijk als een oproep om je vertrouwen niet te vestigen op iets van kwetsbare, vergankelijke aard. Niet op geld en goed, maar zeker niet op mensen, die ook nog eens onbetrouwbaar kunnen zijn. Wat maken deze oude psalmregels, die zeker bij een kerkelijke groep mensen boven een bepaalde leeftijd een collectief geheugen vormen, duidelijk over de risk society waarin wij leven? In de eerste plaats natuurlijk dat het niet wijs is je vertrouwen te stellen op zaken van vergankelijke, onvaste aard. Maar voor mij maakt het ook iets anders duidelijk, namelijk dat onze moderne samenleving, die gebaseerd is op het onder controle krijgen van de natuur en de in haar besloten bedreigingen van ons leven, zelf bedreigend is geworden. Zij heeft ons leren vertrouwen op wetenschap en techniek, die echter niet alleen maar bedreigingen wegnemen, maar ook nieuwe risico’s gecreëerd hebben, waarvan wij de consequenties vanwege hun schaal en omvang niet kunnen overzien. En waarop moet een mens vertrouwen als de basis van zijn vertrouwen hem ontvalt?

Zekerheid

In 1997 was ik met enkele anderen uit de Vereniging voor Reformatorische Wijsbegeerte te gast bij de jaarlijkse conferentie van de Evangelische Forschungs Akademie. De theoloog Christian Grethlein bracht met het oog op de problemen van de moderne tijd het oude onderscheid tussen certitudo en securitas naar voren. Mensen zijn in hun leven op zoek naar zekerheid. Maar die is er in twee soorten. De ene vorm van zekerheid (securitas of Sicherheit) is de zekerheid die je ontleent aan controle en beheersing. Eigenaardig aan deze zekerheid is dat zij uiteindelijk gebaseerd is op wantrouwen. Door alles kritisch te onderzoeken en tot in de details te checken, concludeer je uiteindelijk dat iets betrouwbaar is. Het is bij wijze van spreken het gevoel van veiligheid waarmee je in een vliegtuig stapt. Je vertrouwt erop dat het vliegtuig van deze maatschappij en van dit merk wel goed gecontroleerd zal zijn en niet zomaar met allerlei gebreken uit de lucht zal vallen. Maar hoe veilig en betrouwbaar het vliegen ook is, ik denk dat ik niet de enige ben die vliegen toch altijd nog een beetje spannend vindt. Want uiteindelijk weet je het nooit. Er is altijd een kans dat er toch iets aan de aandacht van de technici ontsnapt is, of dat een veiligheidssysteem toch niet naar behoren functioneert.

Daartegenover stelde Grethlein een vertrouwen van een ander type (certitudo of Gewissheit): het oude christelijke Godsvertrouwen, dat niet op wantrouwen, maar op overgave is gebaseerd. Ook al is er in je leven sprake van tegenslag en valt alle grond onder je voeten weg, toch mag je erop vertrouwen dat er sprake is van een macht ten goede, die jouw levenslot in handen heeft.

Wat Beck in zijn analyses van de risk society laat zien, is dat de moderne tijd ons diepgaand van dit laatste type vertrouwen vervreemd heeft. Hij constateert dat zelf ook als hij zegt dat “religieuze culturen gekenmerkt worden door ‘risicosecularisme’. Wie in God gelooft, is een risicoatheïst” (Beck 2006, 337). Daarmee maakt hij volgens mij onbedoeld duidelijk dat zelfs een schijnbaar stabiele samenleving als de Nederlandse, die wel als een high trust society wordt aangeduid, het uiteindelijk niet kan stellen zonder certitudo. Sterker dan ooit wordt heden ten dage immers ons op securitas gebaseerde vertrouwen op de proef gesteld, nu de ‘vaste grond’ waarop deze samenleving is gebouwd – wetenschap en techniek – eerder oorzaak van dan beschermer tegen de dreigende crises is.

Literatuur

Beck, Ulrich (2006), ‘Living in the world risk society’, Economy and Society, vol. 35 (3), 329-345.

Grethlein, Christian (1999), ‘Die Verantwortung der Kirche für Bildung in einer pluralistischen Gesellschaft’, in: Christian Ammer e.a., Die Zukunft lieben. Herausforderung zum verantwortlichen Handeln, Leipzig: Thomas-Verlag, 1999 (ISBN 3-86174-062-1).

Verkerk, Maarten J., Jan van der Stoep, Jan Hoogland & Marc J. de Vries (2007), Denken, ontwerpen, maken. Basisboek Techniekfilosofie, Amsterdam: Boom, hoofdstuk 14.

 
Sophie